Sustainable? No, thank you very much!

Een reactie plaatsen

Can you change a system that does not want to change? Even if it would be better in every single aspect?

Long term vs. short term comes to mind. Quick fix vs. sustainable solution as well. Nowadays, in Western society everything needs to be sustainable. Or at least fits in a company’s corporate social responsibility program. Whether or not the activities of the company actually are sustainable, it at least has to be presented in this way.

As product developers we have been hammered with sustainability over the years.

“Very nice design, but is it green?”
- “What do you mean? It’s a red basket.”
“I mean green, sustainable.”
- “Ah, sustainable. That depends on how you tell people about it.”
“I don’t get it. What do you mean? Something is sustainable or it isn’t, right?”
- “Well, if you tell people about the material they will not consider it sustainable. It is made out of non-recycled plastic. It will probably last 10.000 years. At least.”
“Mmm, non-recycled, 10.000 years. That’s bad, right?”
- “No, that’s good. Because your product will last a lifetime. At least. If you consider the function of the product – carrying groceries from the store to your home – it is super-sustainable. Think of all the plastic bags you don’t have to buy/use/throw away for the rest of your life.”
“Ah, so it is sustainable?”
- “Well, yes and no. Like every other product out there. If the material of a product harmlessly evaporates into nature if you sneeze against it, you will probable have to buy a new one quicker. Which means another round of transport, packaging, etc. Is that sustainable?”

Point is that sustainability is impossible to define. That is probably why there are so many sustainability consultants out there making a good living. Nobody is right and everybody is right at the same time. It’s simply a matter of good presentation.

Currently we are developing a motorcycle for Africa, for Kenya to be specific. In every step of the way we are bringing experts from different fields together to face this challenge. Today, we’re hosting a so-called ‘pressure cooker’ in our office. Bringing together motorcycle designers and product designers with experience in designing for Africa (one participant actually works and lives in Malawi) we’re cooking up mobility solutions. One of the issues that arose was the sustainability factor. In Western society it is a 100% no-brainer, but how about African society? Based on the experiences of the designers today and the findings of Peter, who visited Kenya last week, the main focus of Kenyans is to make money from their motorcycles. And – unfortunately – every decision is focused on short-term solutions.

For example, if Kenyans deploy their motorcycles as a taxi they tend to wait with their motorcycles empty-tanked for a client, ask him where he wants to go, drive to the nearest gas station and buy the exact amount of petrol to get (at least very close) to the desired destination. The reason for this decision is two-sided and surprisingly Western. Financial liquidity and risk management. Why invest in petrol for the upcoming week if you can or need to spend the same money on other important things? And a full tank of petrol is considered a high risk in case your motorcycle gets stolen at night.

As a Western design agency we want to deliver a ‘good’ product, a sustainable solution with long-term value for its users. Looking at the experts we are working with today and the ones we have lined up for the future, I have no doubt that we will succeed in this challenge. But how do we present a good product with long-term benefits into a society that seems to be fully focused on short-term fixes?

To be continued…

Wat van mij is, is van jou

Een reactie plaatsen

Dingen hebben is uit, dingen delen is hot. Mensen gaan producten delen. Een trend onderhevig aan het klimaat van social media en een zwakke economie. Delen wordt normaal en noodzakelijk. Waarom zou je alles immers moeten bezitten? Weg met de wegwerpeconomie en welkom slimme concepten die product sharing mogelijk, makkelijk en comfortabel maken.

Ik ben voor. En dat zegt iemand die vroeger alles wilde hebben, hebben, hebben. Bezitten, ja ik wilde bezitten. Maar wat is het nog waard, dat bezitten? Een goede vriendin vertelde me onlangs dat een huis bezitten eigenlijk nergens op slaat; een huis bewoon je en daarna woont er weer iemand anders. Leuk dat aflossen van de hypotheek, al die herinneringen, maar allemaal tijdelijk. Ik vind dit te makkelijk, een huis is immers gebouwd om langer mee te gaan dan een mensenleven. Het is ook waardevast – in goede tijden dan.

Maar ook producten gooien het over deze boeg. Horlogemaker Patek Phillipe stelt dat hun  horloges eigenlijk een doorgevertje zijn voor de volgende generatie. Geweldig dat ze op deze manier laten zien dat hun product ook daadwerkelijk generaties overleeft. En helemaal fantastisch dat ze deze boodschap vertellen aan iemand die net een klein fortuin heeft neergelegd voor dit stukje vakmanschap. Belangrijker dan bezit is het gebruik, bezit maakt het eigenlijk alleen maar complex.

Ik heb mij jarenlang bekommerd om de illegale downloads van muziek. Muzikanten hebben nu eenmaal ook een zaak te runnen. Maar de bekommering kwam ook door mijn jarenlange stabiele tevens forse aankoop cd’s. Ja, die cd’s kocht ik in de platenzaak en dan bezat ik ze (en ik luisterde ze, uiteraard). Vrienden die muziek downloadde, verklaarde ik voor gek. En zij vooral mij. Maar wat moest ik, los van het morele aspect, met het gegeven ‘MP3’ als ik keek naar mijn verworven bezit? Ik baalde ervan dat mijn muziek, gespaard en gespaard, ineens door initiatieven als Napstar en Limewire voor iedereen toegankelijk was. Ik was een beetje boos. Mijn bezit werd mijn moraal. Want als je van muziek houdt en het ligt op straat, dan is downloaden ook nog eens very tempting. Maar dat kon natuurlijk niet. Toen, want nu is er dus Spotify. Dat maakt niet alleen het illegaal downloaden overbodig, het maakt muziek bezitten overbodig. Voor een summiere 10 euro per maand heb ik de allergrootse cd collectie die ik ooit kon wensen. En veel goedkoper dan mijn cd uitgaven. Alleen de boekjes mis ik. Maar goed, paperless heeft ook zo z’n voordelen.

Als ik kijk naar bezit, dan denk ik toch ook aan de auto. Een andere grote liefde. Ik laat het liefst helemaal niemand in mijn auto rijden. Ik ben graag de bob – als we met mijn auto gaan tenminste. En mijn vroegere vriendinnetjes hoefden ook niet bij mij aan te kloppen met de wens hun rijervaring te improven. Mijn huidige liefde heeft geeneens rijbewijs en ik vind het best; ik rijd die 800 kilometer naar Frankrijk graag alleen. Nu is mijn auto mij ook wel heel dierbaar. Misschien een beetje te, ik bedoel ik ontdek niet graag ’s ochtends een Opel Zafira mijn achterbumper kussend. Het is dan ook hier mijn bezit dat in de weg zit… Vanuit brandstof overwegingen – in de stad rijd ik met mijn auto van pomp naar pomp – ben ik Car2Go gaan proberen en wow, wat heerlijk! Niet zozeer vanwege het in een Smart rijden, of elektrisch (beiden prima voor in de stad), maar het feit dat je een auto gebruikt om van A naar B te gaan. Dat is nieuw voor mij. En ik kan hem overal parkeren en kan nieuwe schades gewoon melden. Dat laatste omdat ‘we’ de 381 Smarts in Amsterdam delen. En ja, dan maakt iemand wel eens een deukje, maar dat laat me dan nu eens koud. Wat een opluchting.

Het delen van dingen vraagt echter wel om gelijkgestemden. En om een goed product. Want soms zie ik mensen in die Smarts scheuren en dan vraag ik me af of het niet-bezitten ook niet-respect betekent. Respect voor het product en de daaruit voortvloeiende interactie. Want dat kan zelfs gevaarlijk worden, als je aan het verkeer deelneemt terwijl je je waant in een botsautootje.

Wat dat betreft staat de productontwikkeling nog wel voor een uitdaging als delen binnenkort onderdeel wordt van de totstandkoming – en dus het programma van eisen – van nieuwe producten. Moeten we er als ontwerper dan vanuit gaan dat men je product wil gebruiken omdat ze het kunnen misbruiken? Moeten we producten dan extra sterk gaan maken, meer foolproof om ongelukken te voorkomen? En worden ze daardoor wellicht ook minder mooi? Minder gewild? Nee, zover zal het niet komen als het aan mij ligt. Want ook al kunnen we producten gaan delen, je moet ze ook gewoon willen hebben. En delen is wat dat betreft net als bezitten, want wat van jou is, dat wil ik ook.

Humor in design, een serieuze zaak

1 reactie

Laatst googlede ik ‘design’. In ons businessplan staat namelijk iets over een internationale uitstraling, dus het leek me nuttig om ook de Engelstalige variant van dat wat we doen eens te onderzoeken. In het Nederlands mijd ik het woord; ik heb er een hekel aan, maar in de juiste context (spelling check op UK) is het best te pruimen. Ook googlen in het Engels dus maar…

Waarom is design zo’n vervuilde term? Waar design in het Nederlands voornamelijk lampen, meubels, scherpe prijzen en een korte levertijd oplevert, biedt de Engelse Google een keurige definitie van Wikipedia op de eerste plaats. Verder veel mensen die er over willen praten. Heel veel mensen die er over willen praten. Pas op pagina 7 (!) het eerste bedrijf dat daadwerkelijk iets designed waar die anderen zo graag over praten.

Als ik niet beter zou weten en klakkeloos op Google zou varen, dan betekent ‘design’ vrij vertaald ‘betekenisloze troep’. Designbehangetje van de Xenos (leuk bij die chroomkleurige Boeddha die je stiekem toch zelf hebt gekocht) of te dure namaak retro stoelen die nét niet de charme van het origineel kunnen brengen. Of dat paard met die lamp op z’n hoofd. Als ik de ruimte had gehad, dan had ik die overigens graag willen hebben. Een paard voor in de gang, best grappig.

Grappig. Maar wel heel onhandig. Iedereen die voor het eerst bij jou op bezoek komt en waarbij je – heel spontaan – nog maar eens de “er-staat-een-paard-in-de-gang”-grap maakt, lacht zich rot. En jij als een boer met kiespijn, want hij was niet gratis en staat inmiddels aardig in de weg. Humor in design, ik weet het niet. Als gadget, ja. Als kunst, ja. Als vingeroefening, ja. Maar waarom moet dat nou design heten?

Begrijp me niet verkeerd, sommige creaties zijn prachtig. Bloedmooi zelfs. Briljante, creatieve geesten die een alledaags ding helemaal uit z’n verband trekken om er met een kwinkslag een volstrekt nieuwe betekenis aan te geven. Zijn ze op de Design Academy ook goed in. In Delft en Twente houden ze er een meer technische benadering op na. Dalí versus Da Vinci. Beiden experimenteren, beiden ontdekken,  maar met een andere focus. Emotie versus ratio, een essentieel spanningsveld.

Hetzelfde spanningsveld treedt op bij humor. Humor is gebaseerd op de zogenaamde dubbele binding: enerzijds voel je een sterke associatie met het onderwerp omdat je het vaak (her)kent en anderzijds wordt precies dat onderwerp zodanig gemanipuleerd (gerelativeerd, uitvergroot of uit context gehaald) dat het niet meer serieus te nemen is. Deze dubbele binding in de hersenen zorgt hiermee voor een lachbui, al dan niet met tranen.

Humor is zeer subjectief. Wat de een leuk vindt, vindt de ander dat juist niet. Bij design zal dat ook zo zijn. Er moet dus ook een soort kwaliteit aan te hangen zijn. Guido Weijers is ‘makkelijker’ dan Theo Maassen. Eén ding dat ‘designers’ van cabaretiers zouden kunnen leren: neem alles serieus, behalve jezelf.

Oudere berichten

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.