Laatst googlede ik ‘design’. In ons businessplan staat namelijk iets over een internationale uitstraling, dus het leek me nuttig om ook de Engelstalige variant van dat wat we doen eens te onderzoeken. In het Nederlands mijd ik het woord; ik heb er een hekel aan, maar in de juiste context (spelling check op UK) is het best te pruimen. Ook googlen in het Engels dus maar…

Waarom is design zo’n vervuilde term? Waar design in het Nederlands voornamelijk lampen, meubels, scherpe prijzen en een korte levertijd oplevert, biedt de Engelse Google een keurige definitie van Wikipedia op de eerste plaats. Verder veel mensen die er over willen praten. Heel veel mensen die er over willen praten. Pas op pagina 7 (!) het eerste bedrijf dat daadwerkelijk iets designed waar die anderen zo graag over praten.

Als ik niet beter zou weten en klakkeloos op Google zou varen, dan betekent ‘design’ vrij vertaald ‘betekenisloze troep’. Designbehangetje van de Xenos (leuk bij die chroomkleurige Boeddha die je stiekem toch zelf hebt gekocht) of te dure namaak retro stoelen die nét niet de charme van het origineel kunnen brengen. Of dat paard met die lamp op z’n hoofd. Als ik de ruimte had gehad, dan had ik die overigens graag willen hebben. Een paard voor in de gang, best grappig.

Grappig. Maar wel heel onhandig. Iedereen die voor het eerst bij jou op bezoek komt en waarbij je – heel spontaan – nog maar eens de “er-staat-een-paard-in-de-gang”-grap maakt, lacht zich rot. En jij als een boer met kiespijn, want hij was niet gratis en staat inmiddels aardig in de weg. Humor in design, ik weet het niet. Als gadget, ja. Als kunst, ja. Als vingeroefening, ja. Maar waarom moet dat nou design heten?

Begrijp me niet verkeerd, sommige creaties zijn prachtig. Bloedmooi zelfs. Briljante, creatieve geesten die een alledaags ding helemaal uit z’n verband trekken om er met een kwinkslag een volstrekt nieuwe betekenis aan te geven. Zijn ze op de Design Academy ook goed in. In Delft en Twente houden ze er een meer technische benadering op na. Dalí versus Da Vinci. Beiden experimenteren, beiden ontdekken,  maar met een andere focus. Emotie versus ratio, een essentieel spanningsveld.

Hetzelfde spanningsveld treedt op bij humor. Humor is gebaseerd op de zogenaamde dubbele binding: enerzijds voel je een sterke associatie met het onderwerp omdat je het vaak (her)kent en anderzijds wordt precies dat onderwerp zodanig gemanipuleerd (gerelativeerd, uitvergroot of uit context gehaald) dat het niet meer serieus te nemen is. Deze dubbele binding in de hersenen zorgt hiermee voor een lachbui, al dan niet met tranen.

Humor is zeer subjectief. Wat de een leuk vindt, vindt de ander dat juist niet. Bij design zal dat ook zo zijn. Er moet dus ook een soort kwaliteit aan te hangen zijn. Guido Weijers is ‘makkelijker’ dan Theo Maassen. Eén ding dat ‘designers’ van cabaretiers zouden kunnen leren: neem alles serieus, behalve jezelf.